• +31 6 2244 35 87
  • info@quad-raad.nl
  • Ma - Vrij 09:00 - 17:00
Quad-raad - Serious music taken seriously
  • Home
  • Merken
    • Luphonic
    • Soulnote
    • Warwick Acoustics
    • WestminsterLab
  • Blog
  • Recensies
  • Contact
  • Producten
    • Geïntegreerde versterkers
    • Voorversterkers
    • Eindversterkers
    • DACs
    • CD-spelers
    • Platenspelers
    • Luidsprekers
    • Hoofdtelefoons
    • Streamers
    • Netfilters
    • Elementen
    • Kabels

Tips voor de vinyl-liefhebber

Tips voor de vinyl-liefhebber

Auteur: Kilian Bakker (https://holisticaudio.nl)

fb img 1527915514712

Loopwerken van platenspelers doen het in vergelijk met loopwerken van digitale spelers relatief rustig aan en leiden niet zelden een lang, zorgeloos leven. Qua onderhoud valt er desondanks nog wel wat te doen en dat geldt vooral voor de aandrijving van het draaiplateau.

Het gros van deze loopwerken wordt via een uit rubber of een andere kunststof vervaardigde snaar aangedreven en dat onderdeel is niet alleen onderhavig aan slijtage maar dient ook te worden onderhouden. Met name voor de uit zacht kunststof vervaardigde snaren (zoals Neoprene) geldt, dat er op een gegeven moment een lijn van afgezet materiaal op de motorpoelie kan ontstaan. Het jaarlijks reinigen van het loopvlak op de motorpoelie, het plateau en de snaar is dan aan te bevelen. Trek eerst de stekker uit het stopcontact en raak de snaar niet met blote vingers aan want de zuren in het huidvet zullen reageren met kunststof. Neem contact op met de dealer, importeur of fabrikant over wijze waarop de snaar in kwestie moet worden gereinigd. Veel elektromotoren zijn gevoelig voor laterale overbelasting dus behandel het – als alles bij een platenspeler – voorzichtig. Wat betreft het onderhoud van het plateaulager oftewel het controleren van de smering en het eventueel vervangen of aanvullen daarvan; dit kan men het beste door een ervaren technicus laten doen. De juiste soort olie of vet is namelijk van groot belang (maar ook de hoeveelheid daarvan). Daarnaast zijn er lagers die moeilijk uit elkaar te halen -of juist in elkaar te zetten- zijn en sommige typen zijn zeer gevoelig, zoals de geïnverteerd saffiertip lagers van Pink Triangle loopwerken. Met zorg opgebouwde loopwerken hebben gelukkig slechts zelden behoefte aan een verversing van de plateaulager-smering maar wanneer een platenspeler jaren heeft stil heeft gestaan of tweedehands wordt aangeschaft is het verstandig om het geheel (dus ook de toonarm en het aftastelement) door een specialist te laten nakijken.

Naaldtip Reinigen

De analoge aftastvreugde kan ruw worden verstoord wanneer vuil- of stofdeeltjes hebben besloten om zich aan de naaldtip van het aftastelement te gaan hechten. Momenteel zijn er aardig wat goede naaldreinigers verkrijgbaar, waarvan de meeste werken op vloeistof-basis. Ai, denken een aantal vinylridders bij het horen van het woord ‘vloeistof’ want dat is immers slecht voor de ophanging van het cantilever? Ja en Nee. Wanneer men de vloeistof eerst op een speciaal, kortharig naaldborsteltje aanbrengt kan het risico van overdosering (en dus door het cantilever ‘opgezogen’ vloeistof) worden vermeden. De langharige, integrale Nylon borsteltjes (geleverd bij de flesjes van het type: nagellak) zijn in feite ongeschikt voor correcte vloeistofapplicatie aan de minuscule naaldtip en zorgen daarnaast voor een matige reiniging. Speciale kortharige applicatieborstels (zoals de AC 014 die men via High Fidelity Discs kan bestellen) zorgen naast een betere dosering ook voor een meer intensieve reiniging omdat een compact veld van kleine haartjes langs de naaldtip wordt gehaald in plaats van enkele lange en kletsnatte Nylon draden. LAST levert bij hun System 4 een eigen kortharige borstel maar men kan zoals gezegd ook een losse borstel aanschaffen bij een kwalitatief goede maar minimaal uitgeruste reiniger zoals de Audio Technica vloeistof (overigens leveren verschillende elementfabrikanten goede naaldborsteltjes bij hun elementen; denk aan Benz Micro en Dynavector). Het is van groot belang dat men de borstel enkel van achteren naar voren onder de naald door haalt (zonder zijwaartse bewegingen!) en daarbij de naaldtip zo licht mogelijk raakt. Als extra beveiliging kan de toonarm daarom het beste uit zijn klem blijven (met de lift omhoog) zodat hij nog omhoog kan bewegen. Voor analoog-liefhebbers die liever niet met een vloeistof aan de slag willen bestaan er ook 'droge' reinigers in de vorm van speciale gel/polymeer-kussens die zich in een quasi vloeistof staat bevinden. De naaldtip wordt dan op de gel of het kussen gezet waarbij enkel de tip zelf (en gedeeltelijk de onderzijde van het cantilever) contact maakt. Bij het opnemen van de arm blijft het vuil in de gel of het kussen achter. De Onzow Zero Dust is van het type polymeer kussen wat onder de kraan (eventueel met een beetje zeep) kan worden afgespoeld en de Extreme Phono Solid State Stylus Cleaner maakt gebruik van een speciale gel die bij een vuil oppervlak simpelweg met een cocktailprikker kan worden doorgeroerd zodat het vuil naar de bodem zakt. Alle hier genoemde reinigers zijn via High Fidelity Discs verkrijgbaar. Voor elke methode geldt: pas het met de nodige zorg toe want een aftastelement is en blijft het meest fragiele audiocomponent.

fb img 1479366887843

Fouthoek-Hulp

Met een goede fouthoek-sjabloon kan optisch worden bepaald of een pick-up element correct in de armkop van een toonarm is uitgelijnd. Gezien dat van boven moet worden bekeken is het mogelijk dat een ruim uitgevallen armkop het element optisch vrijwel geheel blokkeert. Het element kan ook zelf vrij compact zijn of een organische (bijvoorbeeld halfronde) vorm hebben waardoor er te weinig optische referentievlakken aanwezig zijn. Een fijne vulpotloodstift kan dan een zeer handige fouthoek-hulp zijn, het beste zijn de 0.3 mm of 0.5 mm stiften gezien een dikkere stift het raster optisch te veel zou blokkeren. Met een klein ‘blobje’ Blu-Tack kan de stift tegen een haaks verticaal vlak van de element-body worden geplakt. Zorg ervoor dat de stift goed horizontaal wordt bevestigd, anders zou dat de aflezing kunnen beïnvloeden. De stift zal aan de zijkanten of voor en achter (afhankelijk van waar het beste haakse vlak zich bevindt) genoeg onder de armkop uitsteken om een duidelijke aflezing te geven. Een minimale fouthoek (in het Engels: ‘overhang’) resulteert in een optimale aftastradius waardoor de Stereo-informatie met zo min mogelijk vervorming wordt afgetast. Deze tip is natuurlijk bedoeld voor de liefhebbers die tenminste enige (succesvolle) ervaring hebben met het inbouwen en afregelen van aftast-elementen. Goed gereedschap, gedegen voorbereiding en geduld zijn noodzakelijk.

fb img 1480872714995

Azimut Hulp

Veel moderne toonarmen zijn van een ‘fixed headshell’ oftewel een niet losneembare of roteerbare armkop voorzien wat qua rigiditeit en snelle energieafvoer een goed idee is. Bij bepaalde combinaties van arm/armboard en hoogte van de elementbody is het mogelijk dat de naaldtip (van voren bekeken) niet loodrecht in de groeven staat. Er is dan sprake van een azimut afwijking en toonarmen met een in de lengteas draaibare armkop (bijvoorbeeld S.M.E. 3009/3012’s, de S.M.E. 309 en huidige Pro-Ject type’s) of Uni-Pivot armen zijn dan in het voordeel. Nou kan men het azimut bij dergelijke armen op het oog instellen maar gezien het de naaldtip zelf is die zo recht mogelijk moet staan kan men het beste gebruik maken van een dun, klein spiegeltje wat niet dikker is dan een gemiddelde LP (op dit moment duiken audiofielen naar het handtasje van de vrouw of vriendin om make-up spiegeltjes uit hun plastic behuizingen te wrikken). Met de dwarsdrukcompensatie uitgeschakeld (!) en het spiegeltje op het plateau of de (vilt)mat kan de naaldtip voorzichtig op het glasoppervlak worden geplaatst (houd er rekening mee dat de arm zelfs met uitgeschakelde Bias/dwarsdrukcompensatie nog de neiging kan hebben om zijdelings te gaan 'schaatsen'!). Met een zaklampje kan er dan naar de tip en zijn spiegelbeeld worden gekeken, die bij een correct azimut een rechte lijn moeten vormen. Wanner ze een flauwe liggende 'V' vormen zal de armkop richting de punt van die V moeten worden geroteerd (neem eerst de arm van het spiegeltje en plaats de armbuis in zijn steun) totdat het beoogde resultaat – dat van een rechte lijn – is bereikt. Voer de handelingen met uiterste voorzichtigheid uit en raadpleeg de handleiding van de toonarm-fabrikant alvorens de armkop of armbuis te verdraaien want veel types zijn van een klein stel/blokkeerschroefje voorzien! Een correct in de groeven staand aftastelement zal meer symmetrisch en dus meer accuraat aftasten, wat in een betere Stereo definitie en minder slijtage zal resulteren.

VTA Hulp

De meeste aftast-elementen prefereren een vrijwel perfect horizontale stand bij het aftasten van gegroefd zwart goud. Daarom is een parallel aan het plaatoppervlak liggende armbuis het beste uitgangspunt wanneer men de V.T.A. oftewel verticale aftasthoek van het element wil optimaliseren. Soms is die horizontale stand moeilijk in te schatten; met name taps toelopende armbuizen maar ook J- of S-armbuizen kunnen het oog bedriegen (vandaar dat men bij S.M.E. horizontale strepen op de zijkant van hun magnesium armbuizen aanbrengt). Gezien het bewegende deel van het lagerhuis bij sommige toonarmen een vlakke bovenkant heeft (denk bijvoorbeeld aan de Graham Robin, de Roksan Nima, de Ortofon RS 212D en 309D en de Linn Akito) zou men daar een mini waterpas op kunnen leggen. De headshell van de oude Decca Uni-Pivot toonarm was van een integrale micro-waterpas voorzien en dat was op zich nog niet zo’n gek idee. De meeste compacte waterpassen zijn van een metalen behuizing of een te grote kunststof behuizing voorzien en dat maakt ze ongeschikt voor deze toepassing. Er is echter een handige en goedkope oplossing; de bij Ipacity.nl verkrijgbare mini waterpas. Deze Acryl waterpas is klein genoeg en zijn lage massa maakt hem uitstekend geschikt voor een VTA-afregel klusje. Wanneer er iets -hoe licht ook- bovenop het verticale armlager komt te liggen moet er rekening worden gehouden met een verhoogde naalddruk, dus moet die eerst lager worden ingesteld (circa 0,5 gram). Een mini-waterpas kan helaas niet worden ingezet als V.T.A.-hulp voor toonarmen waarbij het verticale lagerblok wordt omringt door een lager-frame (zoals het geval is bij Pro-Ject of de Roksan Artemis) of armen met een niet vlakke bovenzijde van het lagerblok (zoals Rega). Voor dergelijke toonarmen hebben wij de volgende tip: plaats de naald op een elpee van gemiddelde dikte, neem een kleine gelinieerde indexkaart en zet hem rechtop tegen de armbuis (maak desnoods een klein steuntje). Vergelijk de lijnen op de kaart met de ligging van de armbuis en stel indien nodig de lagerhoogte bij. Goed gereedschap is het halve werk en hetzelfde geldt voor een duidelijk VTA-uitgangspunt.

Draad-Bias instellen

Veel toonarmen zijn van de klassieke draad-met-gewicht dwarskrachtcompensatie (ook wel Bias genoemd) voorzien. Het Engelse S.M.E. was één van de eerste fabrikanten van toonarmen die dit systeem aan hun toonarmen toevoegde toen Stereo Elpees – en daarmee kleinere naaldtippen – in zwang kwamen. De klassieke S.M.E. 3000 Series toonarmen werden niet alleen met uitstekende handleidingen geleverd maar waren ook op alle instelpunten van uiterst precies gekalibreerde markeringen voorzien zodat het lusje van de ‘Bias’ regeling om een met de naalddruk (VTF) overeenkomend punt kon worden gehaakt. Veel hedendaagse toonarmen worden met een in principe vergelijkbaar maar soms minder verfijnd draad/gewicht Bias-systeem geleverd (uitzonderingen daargelaten) waardoor de juiste instelling voor de gebruiker tot op zekere hoogte een kwestie van giswerk blijft. Gelukkig zijn er goed doordachte test-Elpees te koop zoals de HiFi News Test Record II (verkrijgbaar via High Fidelity Discs) waarmee niet alleen de dwarskrachtcompensatie kan worden ingesteld maar ook Tracking, Tracing, de toonarm/element systeemresonantie en andere factoren kunnen worden vastgesteld. Geduld is een schone zaak, met name in de analoge wereld en het spreekt voor zich dat ook de fouthoek (overhang), naalddruk (VTF), V.T.A. en de eventueel instelbare Azimut optimaal moeten worden afgeregeld. Nog een extra tip: wanneer het Bias-lusje voor zijn optimale stand tussen twee kerfjes zou uitkomen (komt vaker voor dan men zou denken) dan kan dat lusje het beste met transparante nagellak worden gefixeerd; je ziet er niks van en het is later weer gemakkelijk te verwijderen (alweer duiken audiofielen naar het handtasje van hun vrouw of vriendin, net als voor de Azimut afregeling). 

Spelers Waterpas

In principe hebben alle loopwerk-bronnen baat bij een waterpas opstelling. Dat geldt dus niet alleen voor platenspelers maar ook voor CD-, SACD- en DVD-spelers. Bij platenspelers zal met name de toonarm bij een waterpas opstelling veel beter functioneren. Bij het uitbalanceren (met een uitgeschakelde dwarskracht-compensatie) van de arm/element combinatie zal dat duidelijk zichtbaar zijn; als het goed is, zal een ‘zwevend’ uitgebalanceerde toonarm niet naar links of rechts bewegen maar keurig op een bepaald horizontaal punt blijven hangen. Voor uni-pivot toonarmen is een waterpas opstelling zelfs onontbeerlijk en hetzelfde geldt voor platenspelers met een via veren ontkoppelde subchassis-constructie. Voor een correcte werking van die ontkoppeling is een waterpas opstelling namelijk noodzakelijk want de veren kunnen anders niet correct centrisch en vrij bewegen. Zoals gezegd kan er ook winst worden behaald bij digitale spelers, mede omdat het hoge toerental van hun loopwerken en mechanische afwijkingen van de schijven toch al aardig wat stress op de vaak eenvoudige lagering van de motorspindel zetten. Een waterpas staande digitale speler zal ook stiller lopen maar zelfs de laser pick-up zal zijn werk beter kunnen doen. Voor afgeveerde loopwerken zijn er lichtgewicht waterpasjes verkrijgbaar, zoals de Clearaudio (tweedimensionale) ronde waterpas of de klassieke aluminium Stanley mini-waterpas. Voor rigide analoge of digitale loopwerken kan men in principe elk type waterpas gebruiken maar een compact model met zowel horizontale als verticale aflezing is het meest ideaal, gezien daar ook de luidsprekers mee kunnen worden afgeregeld.

fb img 1490810990750

Platenspelervoeding

Platenspelers zijn opnieuw een ‘hot item’ en er komen jaarlijks aardig wat nieuwe modellen op de markt, meestal in de lagere of middenklasse. Het loopwerk van een platenspeler is mede afhankelijk van de juiste aansturing van zijn motor en met name de van Synchroon-motoren (AC) voorziende loopwerken zijn vaak overgeleverd aan de grillen van het lichtnet. Sinds begin jaren ‘80 zijn er steeds meer actieve (en buffer-) voedingen op de markt gekomen die ofwel specifiek voor één loopwerk zijn ontworpen of praktisch universeel zijn. De Pro-Ject Speed Box SE, de Heed Orbit 2 en de Origin Live Motor Kit vallen onder de laatste categorie waarbij de Origin Live kit uit een DC-voeding en een bijbehorende motor bestaat. De term ‘Kit’ geeft het al aan; men zal de AC-synchroonmotor (of de aanwezige DC motor, in het geval van een Pink Triangle of Michell) moeten verwijderen en vervangen door de O.L. motor. Dat lijkt ons geen klusje voor een leek en men zal rekening moeten houden met het vervallen van de garantie van de platenspeler. Pro-Ject levert naast hun standaard (16 Volt/AC) Speed Box II twee universele voedingen, genaamd Speed Box SE en Speed Box SEII, die naast een toerental-fijnregeling zelfs een display hebben. De Heed Orbit 2 is toegespitst op platenspelers die van de (voornamelijk in Europa toegepaste) Philips/Airpax synchroonmotor zijn voorzien. Een handige optie voor eigenaren van Rega P-Series platenspelers (behalve de P7, P9 en P25; die worden standaard met een voeding geleverd), oudere Thorens modellen als de TD 150/160 en de Linn LP 12-Basik. Voor de Schotse Sondek LP 12 zijn door de jaren heen heel wat voedingen ontworpen zoals Linn’s eigen Valhalla en Lingo, de reeds genoemde Heed Orbit, de Pink Triangle Pink Link (nu verkrijgbaar als de Funk Firm Pink Link2), de Naim Armageddon en modellen van Manticore, Norton en Avondale. De drie laatstgenoemde voedingen zijn helaas uit productie. De Norton, Avondale en Naim voedingen bestaan uit zware ringkerntrafo's met een fasenetwerk, de Pink Triangle was een Accu-gebufferde kit met DC motor en de overige voedingen zijn actieve AC-voedingen. Veel keus voor Linn liefhebbers dus en zeker de moeite waard. Ook Clearaudio, VPI, Roksan... enfin, te veel merken om op te noemen maken tegenwoordig speciale voedingen. De ruime keus in loopwerkvoedingen is goed nieuws voor vinyl-liefhebbers want voor praktisch elk loopwerk zal men wel een voeding kunnen vinden. De kosten van zo’n voeding moeten wel in verhouding staan tot de waarde van het loopwerk in kwestie maar de klankmatige verbetering die voortkomt uit een goed gekozen voeding die een correct opgebouwde platenspeler aanstuurt is iets wat elke analoog liefhebber ten minste eens gehoord moet hebben.

Phonotrap opstelling

Losse Phono voorversterkers – ook wel Phonotrappen genoemd – zijn tegenwoordig de rigueur, mede omdat de meeste elektronica fabrikanten begin jaren ‘90 hun nieuwste voorversterkers als ‘lijntrap’ gingen uitvoeren. Dat had natuurlijk te maken met de digitale revolutie en de veronderstelde dood van vinyl; men ging er van uit dat vrijwel niemand nog een ingebouwde Phono-sectie op prijs zou stellen. Vinyl is echter springlevend en er zijn daarom veel losse Phono-voorversterkers verkrijgbaar, van zo’n 70 Euro tot stratosferische prijzen. Het voordeel van externe Phonotrappen is dat ze hun eigen voeding hebben en die zijn soms zo zwaar uitgevoerd als dat van een kleine eindversterker. Externe Phonotrappen kunnen echter gevoeliger zijn voor stoorvelden dan integraal uitgevoerde Phono-modules van voorversterkers. Daar komt nog bij dat losse Phonotrappen meestal compact zijn, waardoor ze al gauw ergens achter of tussen andere apparatuur worden weggestopt. De EM-velden van grote voedingen en lichtnetproducten (kabels, verdeelstrippen en filters) zijn groter dan men zou denken. Een Phonotrap moet daarom ten minste een halve (maar nog liever een hele) meter zijn verwijderd van potentiële stoorbronnen. Hetzelfde geldt overigens voor Dect telefoon-stations en tuners. Platenspelers staan meestal op de bovenste plank van een audiomeubel en daar zou de Phonotrap zich eigenlijk ook moeten bevinden (let wel: naast de toonarm, nooit naast de motor!). Een opstelling naast een lijntrap-voorversterker zou ook kunnen, zo ver mogelijk van de voeding en de lichtnetkabel verwijderd. Hetzelfde geldt voor de eigen voeding van een Phonotrap (wanneer die extern is uitgevoerd); benut de gehele lengte van de verbindingskabel en stel de (vaak niet afgeschermde) voeding liefst in de buurt van andere lichtnetproducten op. Een correct opgestelde Phonotrap zal niet alleen minder brom- of stoorsignaal laten horen maar ook beter presteren.

Betere Headshell

Alhoewel de meeste moderne toonarmen een vaste armkop hebben (sommige armbuizen zijn zelfs uit één stuk vervaardigd, zoals die van de S.M.E. Series IV en V) zijn er nog veel hoogwaardige klassiekers met losneembare armkoppen – oftewel headshells – in gebruik. Met name in Japan is men nog altijd gecharmeerd van losneembare headshells omdat men dan meerdere elementen gemakkelijk kan uitwisselen (veel Japanse platenspelers hebben zelfs twee armen; een zware en een middelzware). Ook in Europa zijn dergelijke toonarmen veel in gebruik en met name de 12 Inch versies van de beroemde S.M.E. 3000 Series toonarm en de Ortofon armen zijn momenteel erg populair. De headshells die af fabriek bij dergelijke armen werden geleverd zijn vaak uit dun plaatmetaal vervaardigd, geen ideaal platform voor Moving Coil elementen die veel mechanische energie in de arm kunnen wegzetten. Gelukkig zijn er momenteel meer hoogwaardige headshells dan ooit tevoren verkrijgbaar. Zo levert Yamamoto een uitgebreide lijn aan handgemaakte houten headshells, gemaakt van buxus, Kersen of andere exotische houtsoorten die elk hun eigen karakteristieke eigenschappen hebben maar allemaal anti-resonant zijn. Ook Ortofon (importeur: Acson) levert sinds kort een houten armkop en het Japanse merk Jelco (importeur: Tonar) levert reeds jaren een rigide aluminium headshell (zie afbeelding). De prijzen van die headshells lopen uiteen maar ze hebben twee dingen met elkaar gemeen; ze zorgen allemaal voor een meer stabiel en minder resonant platform en zijn van hoogwaardige armkopdraadjes voorzien.

fb img 1490943631612

Stroboscoopschijf

Platenspelerloopwerken worden hoofdzakelijk gebruikt voor het standaard langspeel-toerental; 33 1/3 omwentelingen per minuut. 45 RPM (oftewel: Rounds Per Minute) wordt meestal verkregen door de aandrijfsnaar om een tweede loopvlak (met een grotere diameter) van de motorpoelie te leggen. Bij veel moderne High End loopwerken is de motor in een eigen behuizing ondergebracht die los van het chassis/sub-chassis staat. En daar zit hem de kneep; bij bepaalde modellen (zoals die van Basis, Clearaudio, etc.) zou men de motor-unit zowel naast als achter het loopwerk zou kunnen plaatsen. Daarnaast kan de afstand tot het chassis variëren, wat zijn invloed heeft op de snaarspanning. Ook de hoogte van de motorpoelie ten opzichte van het draaiplateau kan men bij dergelijk platenspelers vaak instellen (bijvoorbeeld: een snaar die het plateau onder, in het midden of boven raakt). Dat is vaak noodzakelijk omdat de snaar voor een ander toerental ook op een ander poelie-niveau komt te liggen. Al die factoren kunnen behalve de uiteindelijke prestaties van zo’n loopwerk ook het toerental beïnvloeden. Dergelijke loopwerken hebben in de meeste gevallen wel een hoogwaardige motor maar geen elektronische motoraansturing met potmeters waarmee het toerental kan worden ingesteld. De juiste afregeling zal men dus met de bovengenoemde mechanische variabelen moeten bewerkstelligen. Een stroboscoopschijf zoals de Clearaudio Strobodisc (verkrijgbaar via High Fidelity Dics) is een onmisbaar stuk gereedschap voor het controleren van de omloopsnelheden en dat geldt in principe voor alle platenspelers (sommige loopwerken hebben een ingebouwde stroboscoop). Met de Strobodisc kan men behalve 33 1/3 en 45 ook 78 toeren controleren. Afhankelijk van de vorm van de motorpoelie – en de snaar – kan de hoek waaronder de poelie de snaar aandrijft ook invloed hebben op het toerental. De motor-unit hoeft dan slechts een fractie naar of van het plateau te worden gekanteld; maak steeds kleine aanpassingen en laat het loopwerk vervolgens tot rust komen; op de stroboscoopschijf zal men kunnen zien wanneer het toerental is gestabiliseerd.

Platenspeler Ontkoppelen

Platenspelers zijn elektromechanische bronnen en mede daarom tamelijk gevoelig voor akoestische en mechanische invloeden van buitenaf. Vroeger (in feite nauwelijks tien jaar geleden) waren de meeste top-loopwerken van een ontkoppeld subchassis voorzien (via veren, hydraulische/pneumatische systemen of Sorbothane). Tegenwoordig zien we steeds vaker loopwerken met een rigide chassis. Dergelijke platenspelers zullen eerder voor mechanische en akoestische terugkoppeling zorgen wanneer ze niet op een effectief isolerende/ontkoppelende ondergrond worden opgesteld. Een stabiel audiomeubel is vaak voldoende voor een loopwerk met een ontkoppeld subchassis zoals de Linn LP12, wiens subchassis specifiek is ontworpen op een zo hoog mogelijke isolatie tegen akoestische terugkoppeling. Toch geldt voor elke platenspeler, en dus ook subchassis-typen: plaats ze nooit direct voor of dichtbij een (sub-) woofer. Laagfrequent-unit’s vormen zowel op het akoestische als het mechanische vlak de grootste stoorbronnen voor een platenspeler. Wanneer de luisterruimte vrij compact is zal de afstand tussen de platenspeler en de luidsprekers nooit erg groot zijn. Een stabiel meubel wat hoger is dan de luidsprekers kan dan uitkomst bieden. Een houten vloer kan roet in het auditieve eten gooien omdat een hoog meubel bij verende vloerplanken te veel kan gaan bewegen. Wanneer dat het geval is kan men de platenspeler op een muurbeugel (zoals de Quadraspire Q4 Wallbracket) plaatsen. Sommige loopwerken zonder een subchassis zullen behalve een rigide ondergrond en een opstelling met minimale akoestische invloeden extra isolatie nodig hebben, met name wanneer de luidsprekers veel energie in de vloer wegzetten. De Townshend Seismic Sink en EquaRack Footers behoren tot de meest effectieve ontkoppelaars en zorgen niet zelden voor een beduidende verbetering van de weergave. Let wel: elk loopwerk (en elke situatie) zal zijn specifieke mechanische wensen hebben, dus: try before you buy.

Nieuwe headshelldraadjes

Het uitbouwen van een aftastelement (bijvoorbeeld voor naaldcontrole) of de vervanging van de analoge spoorzoeker is een goed moment om stil te staan bij de conditie van de armkop- (internationaal aangeduid als headshell) draadjes. Met name bij oude toonarmen kunnen de ‘contactschoentjes’ gecorrodeerd of versleten zijn maar ook de draden zelf kunnen interne draadbreuken hebben. Dat alles zal voor een minder jofele signaalgeleiding van het toch al zo minuscule signaal zorgen. De meeste toonarmen zijn net als het element van contactpennen voorzien maar er zijn uitzonderingen zoals Rega, Origin Live en Naim (waarvoor men ofwel een rewiring-kit of een servicebeurt kan aanvragen bij de analoog-specialist). Bij toonarmen met contactpennen zal het mogelijk zijn om de armkopdraadjes te vervangen door nieuwe en/of betere exemplaren zoals die van Extreme Phono (zie foto). Let wel: het opwaarderen van fragiele pick-up elementen en toonarmen is iets wat men het beste door een ervaren technicus kan laten uitvoeren. Mocht men behoorlijk bedreven zijn in ‘all things analogue’ dan rest ons nog deze tip in een tip: let goed op de positie van de originele draadjes want de contactpennen van toonarmen (of losneembare armkoppen) zijn zelden van een kleur- of lettercodering voorzien. Voor de zekerheid nog even de standaard kleurcodering: Rechts + is rood, Rechts - is groen, Links + is wit en Links - is Blauw. Verse headshelldraadjes kunnen -met name bij oudere toonarmen- voor een beduidende klankmatige verbetering zorgen.

Massacompensatie voor elementen

Aftastelementen met een metalen behuizing waren een tijdlang de rigueur in de vinylwereld maar er is momenteel een trend richting lichtgewicht elementen met kunststof of houten behuizingen merkbaar. Zo’n vlieggewicht element kan buiten het werkbereik (qua uitbalancering) van bepaalde toonarmen komen te liggen. Toonarmen hebben een eigen ‘effectieve massa’; die term slaat op de verticale druk die de toonarm (aan het uiteinde van zijn armkop) uitoefent wanneer het contragewicht is verwijderd en de eventuele dynamische naalddruk is uitgeschakeld. De massa van het contragewicht wordt gekozen op basis van de effectieve massa en de uitbalanceerbare toegevoegde massa (het element en zijn montagemateriaal). Zelfs wanneer de massa van een element overeenkomt met de minimale uitbalanceerbare massa van de toonarm is het bij statisch uitgebalanceerde armen nog altijd mogelijk dat men niet de juiste naalddruk kan instellen (bijvoorbeeld omdat het element 2,5 gram druk wenst en het contragewicht voor maximaal 2 gram druk kan zorgen). Een massaverhoging van het element is dan noodzakelijk en daarom leveren enkele fabrikanten massaplaatjes mee met hun elementen (zoals Denon, bij de DL 110 & 160) of zijn ze als optie leverbaar (zoals bij ZYX). Wanneer men niet al te zeer op het cosmetische aspect let kan en blobje Blu-Tack bovenop de armkop uitkomst bieden. Voor een kleine massaverhoging kan het Blu-Tack op zich volstaan en voor een grotere verhoging kan een 5 Eurocent munt met Blu-Tack worden bevestigd. Met ‘The Isolator’ van The Cartridgeman slaat men twee vliegen in één klap; massaverhoging en mechanische isolatie (let wel: de toonarm moet dan wel een in hoogte verstelbare basis hebben zodat de veranderde verticale aftasthoek kan worden gecorrigeerd). Een goede massaverhouding zorgt niet alleen voor een beter afregelbereik maar kan ook bijdragen aan een meer optimale resonantiefrequentie van de element/toonarmcombo. 

Olie-crisis

Bij platenspelerloopwerken draait alles -letterlijk- om het plateaulager en de prestaties van dat lager staan of vallen bij de juiste soort en hoeveelheid smering. Met name geïnverteerd lagers zijn zeer kritisch op dat punt want de lagerdruk en de zwaartekracht onttrekken de smering gezamenlijk van het meest belangrijke loopvlak. Het is zeker aan te bevelen om het draaiplateaulager door een technicus te laten controleren tijdens de jaarlijkse of tweejaarlijkse check-up van de platenspeler (wanneer ook de naaldtip, de snaar, de toonarm en de eventuele vering worden nagekeken). Met name vinylisten die een oude platenspeler bezitten - of gaan aanschaffen - doen er goed aan om het plateaulager te controleren op onvoldoende en/of vervuilde smering (en eventuele schade). Het is overigens beter om het lager te reinigen en van nieuwe smering te voorzien dan de oude smering aan te vullen. Gebruik altijd de door de fabrikant meegeleverde of aanbevolen smering. Het kan bij klassiekers soms lastig zijn om de originele olie (of in het geval van bepaalde oudere Garrards: vet) te pakken te krijgen maar de aanhouder wint en er zijn gelukkig toegewijde specialisten waar men het juiste materiaal of de benodigde service kan krijgen. Een te arme smering leidt tot vroegtijdige slijtage (naaimachine-olie bijvoorbeeld, is voor de meeste plateaulagers te dun). Wanneer men het werk liever zelf wil uitvoeren, zal er rekening moeten worden gehouden met het feit dat bepaalde smeermiddelen specifiek voor een ofwel hoog toerental of een laag toerental zijn bedoeld. Voorts geldt voor elk smeermiddel, dat de optimale werking (wat voornamelijk afhankelijk is van de viscositeit) slechts kan worden gegarandeerd binnen een beperkt temperatuurbereik. De juiste smering is van ultiem belang voor het behoud van een lager en de optimale werking daarvan. Wanneer men ervoor zorgt dat alles gesmeerd (ver)loopt kan een oliecrisis worden voorkomen.

Cartridge Care

Aardig wat vinylisten zullen in het bezit zijn van meerdere groefspeurneuzen. Naast het alledaagse element zal er dan nog een tweede reserve-exemplaar van hetzelfde type voorradig zijn of zelfs een hele verzameling stereo en mono-trackers. Wanneer die extra elementen onbeschadigd zijn en dus in de toekomst nog hun vinylronden moeten doen, zal men rekening moeten houden met de tand des tijds die zijn onzichtbare sporen zal achterlaten op werkloze ‘carts’. Het moge duidelijk zijn dat zonlicht en een sterk fluctuerende omgevingstemperatuur fnuikend zijn, met name voor de ophanging/demper. Ook de luchtvochtigheidsgraad moet in het goed leefbare bereik blijven; opslag vlakbij een CV radiator of in een onverwarmde ruimte moet worden vermeden. Hetzelfde geldt in principe voor Elpees dus kan een schaduwrijke platenkast een uitstekend stekje zijn. Daarnaast is het goed, om reserve-elementen af en toe in een arm te monteren en het ten minste enkele Elpees te laten aftasten. Net als een goede vinylvoorraad kan een extra element ertoe bijdragen dat het plaatplezier voortduurt maar een doordachte opslag en jaarlijkse naaldgymnastiek zijn nodig voor het behoud van analoge reservisten.

 

© 2026 Quad-raad Alle rechten voorbehouden.
  • Home
  • Merken
    • Luphonic
    • Soulnote
    • Warwick Acoustics
    • WestminsterLab
  • Blog
  • Recensies
  • Contact
  • Producten
    • Geïntegreerde versterkers
    • Voorversterkers
    • Eindversterkers
    • DACs
    • CD-spelers
    • Platenspelers
    • Luidsprekers
    • Hoofdtelefoons
    • Streamers
    • Netfilters
    • Elementen
    • Kabels